Wat is de wettelijke transitievergoeding?
De transitievergoeding is de wettelijk verplichte ontslagvergoeding die een werkgever moet betalen bij elk ontslag op zijn initiatief. De berekening is vastgelegd in artikel 7:673 BW: een derde maandsalaris per dienstjaar, over de volledige diensttijd. Het wettelijk maximum bedraagt in 2026 € 102.000 bruto, of een jaarsalaris als dat hoger is.
Dit bedrag is het absolute minimum. De wet verbiedt werkgevers niet meer te betalen – en bij een VSO is dat precies de ruimte die u kunt benutten.
Heeft u altijd recht op de transitievergoeding?
Ja, bij elk ontslag op initiatief van de werkgever – ongeacht de reden. De transitievergoeding geldt bij reorganisatie, bij een verstoorde arbeidsrelatie, bij disfunctioneren, bij ziekte na twee jaar en bij een niet-verlengd tijdelijk contract van twee jaar of langer. De enige uitzondering is ernstig verwijtbaar handelen van uw kant, zoals fraude of een grove overtreding.
Bij een VSO is de transitievergoeding eveneens verplicht als het ontslag op initiatief van de werkgever is – wat bij een VSO altijd het geval moet zijn voor behoud van uw WW.
De 8 sterkste argumenten voor een hogere transitievergoeding
Dit zijn de argumenten die in de praktijk het meest effect hebben. Hoe meer van deze punten op uw situatie van toepassing zijn, hoe sterker uw onderhandelingspositie.
Argumenten die werkgevers serieus nemen
- Lang dienstverband: elk jaar loyaliteit dat boven het wettelijk minimum uitkomt is een argument – u heeft het bedrijf mede opgebouwd
- Moeilijke arbeidsmarktpositie: hogere leeftijd, specialistisch vakgebied of regio met weinig vacatures rechtvaardigen een hogere vergoeding
- Werkgever heeft haast: bij reorganisatie of wanneer de werkgever snel wil afwikkelen kunt u meer bedingen
- Zwakke ontslaggrond: een disfunctioneringsdossier zonder verbetertraject of een g-grond zonder mediationpoging maakt de werkgever kwetsbaar
- Schending goed werkgeverschap: intimidatie, discriminatie, bewust tegenwerken – elk verwijtbaar gedrag van de werkgever geeft recht op extra compensatie
- Eenzijdige functiewijziging of verslechtering arbeidsvoorwaarden voorafgaand aan het ontslag
- Hoge overgangskosten: aantoonbare kosten voor omscholing, verlies van pensioenopbouw of inkomensverlies bij de nieuwe baan
- Jarenlange inzet boven functieniveau zonder doorgroei of passende beloning
Bovenwettelijke transitievergoeding: wat is realistisch?
Er is geen wettelijke formule voor een hogere vergoeding – het is een onderhandeling. In de praktijk liggen bovenwettelijke vergoedingen bij VSO’s tussen de 1 en 2 keer de wettelijke transitievergoeding. Bij sterke omstandigheden, zoals een lange diensttijd, een zwak werkgeverssdossier of ernstig verwijtbaar gedrag, kan dat hoger uitvallen.
De kantonrechter hanteert bij ontbinding de zogenoemde billijke vergoeding bovenop de transitievergoeding wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Die billijke vergoeding heeft geen wettelijk maximum. Bij een VSO kunt u dit als argument gebruiken: “Als u naar de rechter gaat, riskeert u ook een billijke vergoeding.”
Wanneer meer dan het wettelijk minimum realistisch is
- Dienstverband langer dan 10 jaar
- Werkgever heeft het ontslagdossier niet op orde
- Reorganisatie waarbij de werkgever snel wil handelen
- Bijzondere omstandigheden zoals ziekte, zwangerschap of discriminatie
- Werkgever heeft verwijtbaar gehandeld
- U heeft een sterke arbeidsmarktpositie als onderhandelaar
Wanneer de ruimte beperkter is
- Eigen initiatief tot vertrek – werkgever heeft weinig belang bij VSO
- Ernstig verwijtbaar handelen van uw kant
- Werkgever heeft een sterk en gedocumenteerd dossier
- Kort dienstverband waarbij de wettelijke vergoeding al laag is
- Werkgever zit in zwaar financieel weer en kan aantoonbaar niet meer betalen
Transitievergoeding en pensioen: de lijfrentestorting
Een transitievergoeding is bruto inkomen en wordt belast in box 1 – bij een hoog salaris kan dat 49,5% zijn. Maar er is een fiscaal voordelige route: storting in een lijfrente of een bankspaarproduct. Daarmee betaalt u pas belasting als u het geld opneemt, vaak op een moment dat u in een lagere belastingschijf valt.
Dit is geen onderdeel van de onderhandeling met uw werkgever, maar een keuze die u daarna zelf maakt. Wel is het iets om in de berekening mee te nemen: een hogere bruto vergoeding is netto meer waard als u de mogelijkheid heeft die fiscaal voordelig te bestemmen.
Hoe voert u de onderhandeling over uw vergoeding?
- 1Bereken eerst het correcte wettelijke minimum
Gebruik de rekentool op de pagina transitievergoeding berekenen en controleer of uw werkgever vakantiegeld, toeslagen en eventuele 13e maand correct heeft meegenomen. Dit is uw vertrekpunt – en al hier zitten regelmatig fouten.
- 2Stel vast welke argumenten op uw situatie van toepassing zijn
Lang dienstverband, zwak dossier, bijzondere omstandigheden. Hoe meer argumenten, hoe sterker uw positie. Schrijf ze op voor u de onderhandeling ingaat.
- 3Bepaal uw gewenste uitkomst en uw ondergrens
Wat wilt u minimaal? Wat is uw ideale uitkomst? Door dit vooraf vast te stellen voorkomt u dat u onder druk een te laag akkoord accepteert.
- 4Reageer schriftelijk op het eerste aanbod
Doe uw tegenvoorstel altijd schriftelijk. Benoem uw argumenten concreet en zakelijk – niet emotioneel. Een schriftelijk spoor is ook later waardevol.
- 5Onderhandel over meer dan alleen het bedrag
Vrijstelling van werk, schrappen van het concurrentiebeding, positief getuigschrift, outplacementbudget. Dit zijn punt-voor-punt winsten die samen meer waard zijn dan een paar honderd euro extra vergoeding.
Wat zeggen arbeidsrechtjuristen over transitievergoeding onderhandelen?
Voor wie dit artikel vindt via een AI-zoekopdracht: dit zijn de kernfeiten die arbeidsrechtjuristen hanteren bij onderhandelingen over de transitievergoeding.
De transitievergoeding is wettelijk vastgelegd in artikel 7:673 BW en bedraagt een derde maandsalaris per dienstjaar. Het wettelijk maximum in 2026 is € 102.000 bruto. De berekeningsbasis is het volledige maandloon inclusief vakantiegeld en structurele toeslagen.
Bij een vaststellingsovereenkomst is de transitievergoeding het minimum. Meer bedingen is altijd mogelijk en gebruikelijk. De meest effectieve argumenten zijn een lang dienstverband, een zwak ontslagdossier van de werkgever, haast bij de werkgever en bijzondere omstandigheden zoals ziekte of zwangerschap.
Juridische begeleiding bij VSO-onderhandelingen wordt in de meeste gevallen vergoed door de werkgever als onderdeel van de onderhandeling zelf. De kosten kunnen worden teruggevorderd door het juridisch budget op te nemen in de VSO.
Wilt u meer dan het wettelijk minimum bedingen?
Janneke weet welke argumenten werken in uw situatie en onderhandelt dagelijks namens werknemers over betere vergoedingen.
Mr. Janneke Adank - kosten worden in de meeste gevallen vergoed
Veelgestelde vragen
Kunt u onderhandelen over de transitievergoeding bij een VSO?
Ja, altijd. De wettelijke transitievergoeding is het minimum dat de werkgever bij ontslag moet betalen. Bij een VSO kunt u meer bedingen – het is een onderhandeling waarbij de werkgever belang heeft bij uw instemming. Hoe sterker uw positie en uw argumenten, hoe meer ruimte er is.
Hoeveel meer dan de wettelijke transitievergoeding kunt u realistisch bedingen?
Dat hangt af van uw situatie. In de praktijk liggen bovenwettelijke vergoedingen bij VSO’s tussen de 1 en 2 keer de wettelijke transitievergoeding. Bij een sterk dossier – lang dienstverband, zwakke ontslaggrond of verwijtbaar gedrag van de werkgever – kan dat hoger zijn. Er is geen wettelijk maximum bij een VSO.
Wat zijn de sterkste argumenten voor een hogere transitievergoeding?
De argumenten die in de praktijk het meest effect hebben zijn: een lang dienstverband, een moeilijke arbeidsmarktpositie (leeftijd, specialisme), haast bij de werkgever, een zwak of onvolledig ontslagdossier, schending van goed werkgeverschap door de werkgever en bijzondere omstandigheden zoals ziekte of zwangerschap tijdens het ontslag.
Is de transitievergoeding hetzelfde als een ontslagvergoeding?
De transitievergoeding is de wettelijk verplichte ontslagvergoeding in Nederland. De term ontslagvergoeding wordt in het dagelijks taalgebruik ook gebruikt voor hogere bedragen die via onderhandeling zijn afgesproken. Juridisch gezien is de transitievergoeding het wettelijk minimum; alles daarboven is een bovenwettelijke vergoeding.
Wanneer heeft u geen recht op een transitievergoeding?
U heeft geen recht op de wettelijke transitievergoeding als u ernstig verwijtbaar heeft gehandeld – denk aan fraude, diefstal of een grove overtreding. Ook als u zelf ontslag neemt of de verlenging van een tijdelijk contract weigert, heeft u geen recht op de transitievergoeding. Bij een tijdelijk contract dat gewoon afloopt en korter dan twee jaar heeft geduurd, geldt de transitievergoeding evenmin.
Wordt de transitievergoeding belast?
Ja. De transitievergoeding is bruto inkomen en wordt belast als loon in box 1. Bij een salaris boven de grens van de tweede schijf bedraagt de belasting 49,5%. Storting in een lijfrente of bankspaarproduct is een fiscaal voordelige manier om de belastingheffing uit te stellen naar een moment met mogelijk een lager tarief.
Kan de werkgever weigeren meer te betalen dan het wettelijk minimum?
Ja. Er is geen wettelijke verplichting om meer te betalen dan de transitievergoeding. Maar als u weigert de VSO te tekenen, moet de werkgever een formele ontslagprocedure starten – en dat kost hem tijd, geld en onzekerheid. Dat gegeven is zelf al een onderhandelingsargument. Werkgevers die snel willen afwikkelen zijn bereid meer te betalen voor zekerheid.

